Wanneer zette jij voor het eerst een plafond op je dromen?
Niet op basis van talent.
Niet op basis van wat ze aankunnen.
Maar op basis van wat ze denken dat 'voor hen' is.
En die gedachte? Die komt niet uit henzelf. Die komt van buiten. Van hun omgeving. Van wat ze zien. Van wat niemand hen vertelt.
De cijfers liegen niet
Vandebroeck vroeg aan 1.100 kinderen tussen 11 en 13 jaar: wat wil je later worden?
De antwoorden waren divers: van profvoetballer tot neurochirurg. Maar interessanter was wat ze niet kozen.
Toen de kinderen een lijst van 32 beroepen kregen voorgelegd, bleek er een patroon:
→ 33% van kinderen uit arbeidersmilieus sloot hoogstatusberoepen uit – zoals advocaat, minister of CEO. "Dat is niks voor mij," zeiden ze.
→ Bij kinderen uit hogere sociale klassen was dat slechts 3%.
En omgekeerd:
→ 75% van kinderen uit rijkere milieus wees laagstatusberoepen af – zoals schoonmaker, buschauffeur of kassier.
→ Bij kinderen uit arbeidersmilieus was dat 50%.
Vandebroeck: "Ze sluiten zichzelf uit, maar niet op basis van hun capaciteiten. Ze doen dat op basis van signalen die hen uit heel verschillende hoeken bereiken — bijvoorbeeld een leerkracht die een voorspelling maakt."
Waarom dit ertoe doet (ook voor volwassenen)
Dit onderzoek gaat niet alleen over kinderen. Het gaat over jou.
Want die 12-jarige in jou? Die zit er nog steeds.
Die onzichtbare grenzen die je toen trok, zijn waarschijnlijk mee naar je werk gekomen. Naar je loopbaankeuzes. Naar de manier waarop je over jezelf denkt.
Misschien heb je nooit gesolliciteerd naar die functie, omdat je dacht: "Dat is toch niet voor iemand zoals ik."
Misschien heb je je eigen ambities kleiner gemaakt, omdat niemand je ooit het gevoel gaf dat je groot mocht dromen.
Misschien herken je het bij collega's of teamleden: mensen die vastzitten, niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat ze het zichzelf niet gunnen.
Vandebroeck noemt dit declassering: het gevoel dat je onder je niveau zit, maar dat je dat noodlot als onvermijdelijk accepteert.
En dat gevoel? Dat vreet energie. Dat ondermijnt motivatie. Dat houdt organisaties en individuen klein.
De rol van gender: meisjes zorgen, jongens bouwen
Naast sociale klasse speelt ook gender een grote rol in de begrenzingen die kinderen zichzelf opleggen.
→ 1 op de 5 meisjes wilde leerkracht worden. Bij jongens was dat 4%.
→ 7 van de 10 populairste beroepen bij meisjes waren expliciet verbonden met zorg: dokter, kapper, schoonheidsspecialist.
→ Bij jongens draaide het om bouwen en maken: ingenieur en architect waren samen goed voor een kwart van de antwoorden.
Vandebroeck: "We zien dat verschil al in het vroege spel van kinderen. We laten meisjes met poppen spelen en jongens met blokken. Die patronen nemen we mee naar ons werkzame leven."
En ja, er is vooruitgang geboekt. Vijftig jaar geleden was 'huismoeder' nog een populair antwoord bij meisjes. Dat is nu vrijwel verdwenen. Maar de gendergrenzen blijven hardnekkig.
Opvallend: meisjes kiezen vaker voor 'jongensberoepen' (advocaat, ingenieur), maar jongens doen dat vrijwel nooit andersom. Campagnes om meisjes naar STEM-richtingen te trekken, hebben beperkt effect. En waar zijn de campagnes die jongens naar de zorg lokken — waar we met zoveel knelpuntberoepen zitten?
Wat kunnen we doen? (En waar moet het beginnen)
Vandebroeck is duidelijk: wacht niet te lang.
"Als we zien dat deze mentale barrières aanwezig zijn bij kinderen van 12 jaar, dan mogen we er niet te lang mee wachten."
Zijn aanbevelingen:
1. Werk aan jobbeleving op jonge leeftijd
Slechts een kwart van de middelbare scholieren gaat naar een jobbeurs. Nog minder lopen mee op de werkvloer.
Dat moet omhoog. Kinderen moeten zien en voelen wat verschillende beroepen inhouden, los van status of stereotype.
2. Herschrijf het verhaal over 'goede' en 'slechte' banen
Bepaalde beroepen worden maatschappelijk gedevalueerd. Dat straalt af op hoe kinderen (en volwassenen) ernaar kijken.
We moeten niet alleen meisjes naar STEM duwen, maar ook jongens naar zorg, onderwijs en sociale beroepen trekken.
3. Help mensen hun eigen script herschrijven
En daar kom jij als organisatie, leidinggevende of coach in beeld.
Want deze patronen verdwijnen niet vanzelf. Ze komen mee naar de werkvloer.
Ze zitten in recruitment, in talentontwikkeling, in wie wel of niet doorgroeit.
Ze bepalen wie zichzelf uitsluit voordat ze solliciteren.
Ze bepalen wie hun potentieel niet ziet, omdat niemand het hen ooit gespiegeld heeft.
De rol van coaching: van plafond naar perspectief
Bij Level Coaching werk ik met mensen en teams die vastlopen in old scripts. Die worstelen met richting, met zelfbeeld, met "mag ik dit wel willen?".
Mijn overtuiging: organisaties groeien wanneer mensen gezien, gehoord en in beweging gebracht worden.
Niet vanuit wie ze altijd geweest zijn.
Maar vanuit wie ze kunnen worden.
Loopbaanbegeleiding draait niet alleen om 'een nieuwe job vinden'. Het draait om:
✔ Herkennen van beperkende overtuigingen – die je vaak al decennia met je meedraagt
✔ Herontdekken van talenten die je bent gaan vergeten of nooit hebt erkend
✔ Ruimte maken voor nieuwe mogelijkheden – zonder dat je je ervoor hoeft te verantwoorden
✔ Durven dromen – zonder schuld, zonder schaamte
Want die 12-jarige in jou? Die mag z'n dromen gerust wat groter maken.
Tot slot: een vraag voor jou
Hoe bewust ben jij je van deze mechanismen?
In je eigen loopbaan?
In je team?
In je organisatie?
En belangrijker nog: wat doe je eraan?
Als je merkt dat je vastzit in een verhaal dat ooit over jou verteld is — maar niet meer klopt — dan is het tijd om dat script te herschrijven.
Wil je in gesprek over jouw loopbaan, je team of je toekomst?
Bronnen:
VRT NWS (2024). Hoe je sociale achtergrond je droomjob bepaalt. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2024/08/19/hoe-je-sociale-achtergrond-je-droomjob-bepaalt/





